Artefact warmt zich op rond de laptop

STUK brengt kunst en nieuwe media samen

De Morgen 10 Feb 2004Dutch

item doc

Contextual note
Dit artikel verscheen in ingekorte versie in de krant De Morgen. De originele en volledige versie van dit interview werd door de krant geweigerd wegens plaatsgebrek en is elders op Sarma terug te vinden.

Deze week slaan het Leuvense kunstencentrum STUK en de provincie Vlaams-Brabant de handen in elkaar voor de tweede editie van het festival Artefact rond kunst en nieuwe media. Diverse kunsttakken laten zich vandaag in met nieuwe technologieën, Artefact brengt dan ook een mix van concerten en DJ-sets, installaties, performances, dans en videokunst. Kern is een driedaagse rond het vijfkoppige danscollectief Commerce: Campfire, naar het beeld van kunstenaars die zich in het open veld rond een laptop scharen. Een gesprek met choreograaf Nik Haffner, dramaturge Astrid Sommer en gastcomponiste Angie Atmadjaja.

Waar staat Commerce voor?

Haffner: “We werken weliswaar alle vijf in het dansveld, maar hebben niettemin een uiteenlopende achtergrond. Uitwisseling is dan ook belangrijk voor ons werk en vandaar komt ook de groepsnaam Commerce. Dat begrip is namelijk ouder dan de uitvinding van het geld, aanvankelijk ging het om de uitwisseling van ideeën, opinies en gevoelens, later van goederen en uiteindelijk over de markt en geld. Aangezien je producten maakt, ontkom je als kunstenaar natuurlijk ook niet aan die markt.”

Het festival noemt zichzelf een ‘multimediale en interdisciplinaire smeltkroes’. Riskeert zo’n gegoochel met hippe termen niet volstrekt nietszeggend te worden?

Haffner: “Dat is inderdaad een probleem. Mij interesseert het namelijk om verschillende kunstenaars in hun specifieke medium te zien werken en kennis te maken met hun inzichten. De vraag of je technologie gebruikt of niet, komt voor mij op de laatste plaats. Door te spreken met mensen die in andere disciplines werken, besef ik echter hoezeer dans een open kunstvorm is, waarin kruisverbanden zich als vanzelfsprekend aandienen. Als muzikanten of beeldend kunstenaars gevraagd worden in een interdisciplinair project te stappen, komt het initiatief meestal uit de hoek van dans en performance.”

Atmadjaja: “In het project Campfire is er simpelweg niemand die zich louter met één discipline bezighoudt, iedereen staat open voor meerdere richtingen. We hebben weliswaar onze specialisatie, maar laten ons uiteindelijk in met alles tegelijk, toch alles wat met zintuiglijkheid te maken heeft. Dan kun je ook op een punt komen je rollen inwisselt, niet om interdisciplinaire redenen, maar gewoon omdat het zich voordoet in je onderzoek. Misschien bevinden we ons vandaag in een ander soort kunst, waarin je de samenstellende delen niet meer precies kunt onderscheiden omdat ze één entiteit vormen. Daarom is het ook vreemd om nog steeds van disciplines te spreken, alles staat met elkaar in verbinding.”

Hoe moeten we die kunst voorbij de specialisatie dan precies begrijpen?

Atmadjaja: “Zelfs de simpele beweging van een lichaam dat de ruimte oversteekt creëert geluid. Of als ik componeer met de computer beweegt mijn lichaam eveneens, als een reactie op datgene waarnaar ik luister. Sprekend over beeld en geluid: als ik een sobere partituur schrijf, delicaat en dun als stof op een oppervlak, dan betekent dat niet dat er niets is. Er is de beweging van de dansers in de ruimte, het geluid en de ademhaling van de toeschouwers op hun stoelen, de akoestiek van de ruimte: dat maakt allemaal deel uit van het uiteindelijke stuk. Het is als vormen uitsnijden in de omgeving.”

Campfire is opgevat als een lounge, sluit dat ook aan bij de omgevingsgedachte?

Sommer: “Als toeschouwer hou ik van de pauzes, de momenten waarop de indrukken nog vers zijn en je die kunt delen in een gesprek. Ik denk dat je ook een ontmoetingsruimte kunt aanbieden die precies dat toelaat. Elke avond bestaat uit een korte lezing, een performance of concert, en vervolgens een videoprogramma, experimenten en gesprekken. In de lounge zijn verder de persoonlijke archieven van de kunstenaars ondergebracht, waarin iedereen naar hartelust kan snuffelen. Tussen de evenementen is er dus veel zwevende ruimte, waar het publiek niet gedisciplineerd en stil hoeft te zijn, maar kan praten, lezen of video’s bekijken. Het is erg delicaat om daarin comfort te vinden, de juiste spanningsboog voor een hele avond. We nodigen het publiek dan ook uit om actief hun parcours en ervaring te delen.”