Vrouw-man beeld in enkele recente Hollywood-films (I)

Kultuurleven 4 May 1978Dutch

item doc

Doet men ons anders kijken? Of kijken we effectief anders? Ik constateer hoe dan ook dat ik anders zie. Neem nu de verhouding man-vrouw in enkele recente commerciële (en uiteraard?) Amerikaanse films.

Star Wars van George Lucas wil, zoals de cineast nadrukkelijk verklaarde, aanknopen met de traditionele mythen, zoals die in archaïsche verhalen en in hun moderne tegenhangers worden gebruikt. De films verloop volgens, wat genoemd kan worden, het klassieke schema van het initiatieverhaal. Een jonge held, baardloos, bijna naïef en niet bijster intelligent, krijgt een levenservaring overgedragen door een vaderfiguur, wijze en grijze man. De spil waar het om gaat is The Force. Enkele bijfiguren helpen deze ‘queeste’ gestalte geven. Een van de belangrijkste onder hen is de Prinses. Nu is in een traditioneel verhaal – een sprookje bijvoorbeeld – een Prinses altijd een nogal kleurloze, neutrale en in elk geval weinig actieve figuur. Zij is een eerder passieve ‘inzet’ (1). In Star Wars echter, en dat viel me op, is ze integendeel in nogal felle kleuren neergezet. Zij pruttelt tegen, zij verzet zich tegen de boosdoeners. Meer nog, ze ridiculiseert onze helden wanneer deze in een benauwde situatie gekomen geen uitweg meer zien. “Hoezo?,” zegt ze, “jullie komen me verlossen, en jullie hebben niet eens aan een ontsnappingsplan gedacht.” Waarop ze zelf ingrijpt. Zij bevestigt haar rol (pruttelt tegen), schept afstand (ironiseert de helden) en slaat zelf actief toe (grijpt naar het wapen).

Nu is dat misschien allemaal niet zo buitengewoon in een modern avonturenverhaal (film of tv, het is wel exceptioneel in een film die zo nadrukkelijk wenst terug aan te knopen met archetypen van het verhaal, zoals dat in Star Wars het geval is.

Ongewone gedragingen voor een sprookjesprinses. Het gaat echter nog verder. Wanneer op het einde van de film de jonge held zijn beloning krijgt van de prinses (in feite, wordt gesuggereerd: de prinses als beloning krijgt) ontstaat er een zeer dubbelzinnig blikkenspel tussen de prinses, enerzijds, en de rijpere held (je zou hem de ‘oudere broer’ van de held kunnen noemen, in feite, de ‘mislukte held’) anderzijds, over de schouders heen van de jonge held. Alsof ze beide wilden te kennen geven dat ze niet veel vertrouwen hebben in de ‘volwassenheid’ van de jonge held… Al is dit geen huwelijksceremonie, toch functioneert de plechtigheid zo, en krijgt de ironische blik van de prinses reeds de waarde van ‘overspel’. Althans zo lees ik deze distantiërende details.

Een geëmancipeerde prinses, dus? Zo zou men haar kunnen noemen, en het zou zoals gezegd allemaal niet zo verrassend zijn, als men niet zou weten dat Star Wars de ambitie heeft een ‘mythologisch’ verhaal te ontspinnen met ‘moderne middelen’. De clichés en stereotypen worden niet geweerd: integendeel, ze worden erg dik in de verf gezet. Weliswaar met een parodistische bijbedoeling, zoals dat in de hedendaagse populaire film de regel aan het worden is (cf. de nieuwe versie van King Kong en de nieuwe versie van De Drie Musketiers . De narratieve clichés worden door middel van deze parodische afstand voor het hedendaagse geëmancipeerde publiek verteerbaar gemaakt. Ersatz-filmverhalen voor een ersatz-publiek? Hiermee bedoel ik, dat we hier te maken hebben met een publiek ‘ontleend’ aan het tv-medium, die films en filmverhalen bekijkt door de filters van het tv-medium, en door de filmbusiness verleid wordt om naar de bioscoop te gaan, niet om er ‘film’ te zien, maar zoiets als tv-in-het-kwadraat.

Wat ik dan toch opvallend en eigenaardig vind, is dat men één cliché – zelfs niet eens in een gemoderniseerde versie – niet meer heeft aangedurfd: dat van de mooie, naïef-neutrale prinses. In Star Wars is het niet veel minder geworden dan een geëmancipeerde ‘bitch’ (‘heks’). Zij heeft de mannen door, zelfs de sprookjesmannen die doorgaans toch ondoorgrondelijk zijn. (2)

De andere, nieuwe rol van de vrouw in een klassiek avonturenfilm-verhaal is aanwezig in Star Wars, maar jammer genoeg slechts schematisch aangeduid. Maar ook op een ander vlak, als film-verhaal, vind ik Star Wars een erg ontgoochelende film. De rol die de robotten toebedeeld krijgen groeit bijvoorbeeld niet uit boven de gadget. Ze worden nooit een personage zoals de robot van Kubrick in 2001, A Space Odyssee er wel een was. Ik ga er hier niet verder op in, omdat het mij te doen is om het nieuwe (?) beeld van de vrouw-man, en die verhouding trof mij op een erg verrassende manier in Annie Hall van Woody Allen.

Annie Hall

Vele toeschouwers zullen het met mij eens zijn om dit een pakkende, aangrijpende romantische, en tevens bitter pessimistische film te vinden. En ook door en door hedendaags. Niet in het minst in de onmogelijkheid om via film nog sluitende verhalen en overtuigend-gesloten situaties te vertellen en op te bouwen (Star Wars is daar a contrario een voorbeeld van). Dit nadeel, het film-verhaal niet meer kunnen doen functioneren als vroeger, omdat de toeschouwer veranderd is, keert de realisator Woody Allen om in een voordeel.

Het wonder van deze film is echter de aanwezigheid van de actrice Diane Keaton als tegenspeelster van hoofdrolspeler Woody Allen. Je krijgt als toeschouwer de indruk dat Woody Allen zichzelf blootgeeft, zijn sentimentele verhoudingen onder het mom van fictie verwerkt. Het lijkt een filmische autobiografie. En die indruk wordt nog versterkt doordat de film verloopt als een ‘film in de film’.

Nu is dit laatste minder belangrijk dan wel de prangende eerlijkheid waarmee Allen zichzelf en de wereld tekent. Dat begint reeds met de komische uitbeelding van zijn joods-New-Yorkse afkomst, die hij op een ongelooflijke grove manier portretteert. Hij schrikt er niet voor terug om zijn hebbelijkheden te ridiculiseren, bijvoorbeeld de ontzettend platte manier waarop zijn Jiddische kinderjaren op Coney Island oproept, alsof het om vulgaire jodenmoppen uit een derderangs revue ging) , te vergroten, op te blazen, en uiteindelijk ook te doorprikken: zo ben ik! Pijnlijk en ontroerend. Echter zonder die onaangename bijbedoelingen die je altijd achter gelijksoortige biechten bespeurt, bijvoorbeeld bij Charles Chaplin en Jerry Lewis. Zij zeggen nooit – oprecht – zo ben ik! Wel, zo zijn de anderen, dat hebben de anderen van mij gemaakt… Chaplin en Lewis namen afstand van hun personage. Zij projecteerden al hun zelfmedelijden in hun figuren. Woody Allen daarentegen is, zo lijkt het in ieder geval in Annie Hall – altijd zichzelf. Een aanwezigheid die echter ook nooit uitgroeit tot een eindeloos narcistische zelfreflectie (in de aard van Portnoy’s Complaint het eeuwige rondtollen van een figuur op zichzelf). Hij compenseert, hij doorbreekt de onverdraaglijkheid van elke onverbiddelijke zelfanalyse door een tegenspeelster te introduceren. Zij is er niet enkel om het hoofdpersonage meer reliëf te geven: dat is de traditionele functie van de vrouwelijke tegenspeelster in alle komische films (cf. weer eens Chaplin en Lewis bijvoorbeeld). Zij is ook niet het ‘object’, waar alle komische agressiviteit kan op afgevuurd worden, zoals dat het geval is voor de vrouwelijk tegenspeelsters in de films van de Marx Brothers of bij W.C. Fields. Annie Hall (Diane Keaton) is in de film van Woody Allen een volwaardig personage. Zij krijgt in feite, onrechtstreeks de hoofdrol. Ook waar zij niet intervenieert draait de film om haar. Zij is, zo zou je het kunnen stellen, de vrouwelijke schim. Maar echter zo concreet dat Woody Allen haar niet te pakken krijgt. (was ze maar een vrouwelijke mythe, dan zou Woody Allen als personage er beslist meer vat op krijgen!) Allens biecht is een onrechtstreekse hulde aan een afwezige-aanwezige vrouwengestalte, een mislukte liefde die hij doet heropleven in de figuur van Diane Keaton. Prachtig hoe de komiek het hele gamma van de grove en agressieve effecten bespeelt, om zijn vrouwelijk personage de kans te geven een evenwicht te vertolken, een fragiel evenwicht tussen emotie (humor?) en sensualiteit (concreetheid?)

Er is in de filmgeschiedenis zelden zo’n genereuze hulde geweest van een filmmaker aan een vrouwelijke vertolkster (en er zijn nochtans heel wat cineasten geweest die films gemaakt hebben voor/over de vrouwelijke actrice waar zij in het werkelijke leven op verliefd waren!) Het unieke van Annie Hall ligt hem, geloof ik, hierin: de vrouw is hier niet verworden tot het prachtige beeld waar de film zo graag mee omspringt. De vrouw wordt hier getolereerd – op gelijke voet – met en naast de cineast. Zij is in staat gesteld zelf in de film te interveniëren. De cineast-als-man heeft een plaats voor haar – als medewerkster en niet enkel meer als vertolkster – ingeruimd. De volgende, logische stap is Diane Keaton die een film maakt over en met Woody Allen… Maar misschien is die reeds gemaakt, en heet die Annie Hall? (1) Ik inspireer mij hier op een klassieke Russisch-formalistische interpretatie van het sprookje van V. Propp: Morphologie du Conte, Parijs 1973, waar ik de lezer die hier meer wil over vernemen naar verwijs.
(2) omdat ze niet psychologisch gemotiveerd zijn, maar enkel gedreven worden door een ‘narratieve functie’ (cf. Propp).